

Meer foto's bekijken
dr. G.B. (Ben) Janssen
*verkorte versie van de toespraak op 22 december 2005
Dames en Heren,
Goed ondernemerschap is aanvaardbaar risico lopen en proberen daar adequaat op te reageren. Nu weet ik niet of de heer Zwagerman gebruik maakt van externe adviseurs, want om op zo’n belangrijke, maar vooral feestelijke gebeurtenis als deze, een historicus uit te nodigen als gastspreker, is wel een zeer groot risico. Dit zou kunnen leiden tot een koud buffet met ouwe koek en belegen in plaats van belegde broodjes. Ik beloof U echter dat ik zal trachten de aangeboden historische kost zo licht en verteerbaar mogelijk te houden.
Ik wil trachten U een beeld te schetsen van de betekenis van de voormalige steenfabriek De Groot en haar voorgangers in het totaal van de baksteennijverheid langs de IJssel in de regio Westervoort, Angerlo en Rheden. Over de steenfabriek die hier ter plaatse werd geëxploiteerd weet ik eigenlijk maar weinig.
In de eerste plaats kun je ook niet alles weten, vind ik, maar het tweede is van meer invloed geweest. Steenfabrikanten bouwden geen archief op. De steenbaas hield de productie, lonen en afzet bij op de onderkant van zijn sigarendoos en die verdween wanneer de sigaren op waren. Bovendien werd alles wat het stookproces kon bevorderen, dus ook papier, verbrand en zo vloog jaarlijks een groot deel van het archief door de hoge schoorsteen. Wat er dan nog over was, verdween wel bij een overname of een fusie. Nieuwe eigenaars hebben meestal geen interesse in de sores van hun voorganger. Zij beginnen met een schone lei. Zo blijft de historicus met lege handen en moet hij proberen het verleden uit andere bronnen te reconstrueren.
De baksteenfabricage langs de IJssel
Het is moeilijk zich nog voor te stellen. Maar er stonden eens langs de IJssel van Westervoort tot voorbij Kampen meer dan 50 steenfabrieken. In 1993 doofden de laatste twee steenfabrieken langs die rivier hun vuren definitief. Steeds meer schoorstenen, die karakteristieke merkpunten in een uiterwaardengebied, verdwijnen en wat ons dan nog rest is herinnering en enkele artefacten. Het beeld van vroeger van de grootschalige steenovencomplexen in de uiterwaarden met honderden arbeiders is geheel verdwenen. Steenovens en steenovenvolk zijn historie geworden. Slechts hier en daar nog een vervallen oven, een schoorsteen of enkele bedrijfsgebouwen die ons herinneren aan een plattelandsindustrie, die heel lang seizoen gebonden was en een zeer slecht imago had. Maar schaalvergroting en automatisering hebben, bij een nagenoeg gelijkblijvende behoefte aan bakstenen, geleid tot een grote kaalslag langs de oevers van de Grote Rivieren. Om U een indruk te geven. In de jaren twintig van de vorige eeuw werkten er in de Nederlandse baksteenindustrie 20.000 mensen bij een productie van 1,5 miljard stenen. Eind jaren negentig was de productie gestegen tot 1,7 miljard, maar werkten er nog geen 1700 mensen meer in de Nederlandse baksteenindustrie.
Baksteenfabricage langs de IJssel vond reeds in de achttiende eeuw plaats te Westervoort, Angerlo, Doesburg, Bronkhorst, Brummen en Zutphen, maar de bloeitijd was vooral de negentiende en twintigste eeuw.
Na het midden van de 19e eeuw werden de uiterwaarden van de grote rivieren voor de Nederlandse baksteenindustrie steeds belangrijker. Deze belangstelling was een gevolg van de gemakkelijke verwerving van goedkope grondstof, de betere verbindingen via het water en het grote arbeidersoverschot, dat tegen relatief lage lonen geworven kon worden. Als kralen aan een snoer verrezen langs de oevers van Rijn, Waal en IJssel de veldovens. Er ging geen jaar voorbij of er werden wel enkele nieuwe concessies afgegeven. Deze expansieve ontwikkeling is bijvoorbeeld hier langs de IJssel duidelijk aanwijsbaar. Hier had zich in enkele decennia een belangrijke baksteennijverheid ontwikkeld.
Langs de IJssel bij Westervoort hebben zeven steenfabrieken gestaan. In totaal tel ik vanaf Westervoort tot Steenderen 25 steenfabrieken, waarmee gezegd kan worden dat dit gebied van de Boven-IJssel een kerngebied was in de Gelderse baksteenindustrie.
In 1865 waren er in de gemeente Rheden zes steenfabrieken met 326 arbeiders en een totale productie van 12 miljoen stenen. Een gemiddelde productie van meer dan twee miljoen per fabriek behoorde tot de top in die branche. In de periode 1881-1891 werkten er 16 steenfabrieken in de regio Westervoort-Angerlo-Rheden met totaal gemiddeld 750 volwassen en 225 vrouwen en kinderen. Deze aantallen geven in ieder geval het beeld van een belangrijke tak van industrie met veel werkgelegenheid voor de arbeidende bevolking op het platteland. Hierbij moet wel worden aangetekend, dat het een seizoenbedrijf was van april tot begin oktober. Deze situatie heeft zich gehandhaafd tot na de Tweede Wereldoorlog.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de steenfabriek ingebracht in de N.V. Vlamovensteenfabriek Velp, die in 1965 overgenomen werd door de familie Verpoorte en Swartouw, die in Culemborg een steenfabriek exploiteerde. In 1971 werd ze echter met de steenfabriek te Culemborg overgenomen door Verenigde Bedrijven De Groot N.V. te Bloemendaal. In 1974 was er zelfs sprake van dat de steenfabriek gesaneerd zou worden, maar dat is kennelijk niet doorgegaan, want in 1977 werd de vlamoven gesloopt en een moderne tunneloven gebouwd voor de fabricage van metselstenen. Ze was hiermee de tweede steenfabriek met een tunneloven in deze regio, alleen de Bahrsche Pol te Lathum was haar in 1976 voorgegaan. Helaas kwam niet lang daarna de Nederlandse baksteenindustrie in een grote crisis te verkeren als gevolg van een stijgende overproductie. Er moest weer gesaneerd worden. Eind 1984 gaf de Verenigde Bedrijven De Groot te kennen haar baksteenproductie te willen beëindigen. Er werd reeds jaren een zodanig verlies geleden, dat daarmee de gehele groep in een verliessituatie verkeerde. Om de continuïteit van de gehele groep niet in gevaar te brengen, werd sluiting van de steenfabriek te Velp met 30 personeelsleden overwogen.
De directie onderhandelde over een saneringsmogelijkheid die gefinancierd zou worden uit een door de baksteenbranche te vormen fonds waardoor de sluiting ook sociaal verantwoord kon plaatshebben. In 1987 doofde De Groot’s Baksteenindustrie Velp de vuren in de tunneloven aan de Lathumse Veerweg 11 te Velp. In 1999 werd het vervallen tunnelovencomplex gekocht door Zwagerman International, die het complex wil herinrichten.
De ondernemers in het verleden
Ik wil nog de rol van ondernemers in de baksteenindustrie belichten. In de negentiende eeuw is de beeldvorming ontstaan van de steenfabrikant als een conservatieve plattelandsondernemer, die wars was van nieuwigheden en op aartsvaderlijke wijze een even archaïsch bedrijf voerde, waar arbeiders rondliepen die zich qua ontwikkeling slechts door de spraak van de dieren konden onderscheiden. Ik heb die mening niet zelf geformuleerd, maar die komt uit de mond van een steenfabrikant in die tijd.
Om te besluiten.
In de jaren zeventig en tachtig is de baksteenindustrie omgeschakeld van een ouderwetse achterlijke bedrijfstak naar een technisch hoogwaardige computergestuurde industrie, waarbij de mens nog slechts controleur is. Volautomatische steenmaakmachines, drooginrichtingen en hypermoderne tunnelovens. De steenbaas is verdwenen. De baas neemt geen werkvolk meer aan en ontslaat ze niet meer willekeurig. Het loon wordt niet meer door de baas uitbetaald in de kroeg, maar via de bank. De baas heet nu bedrijfsleider met een hts-opleiding en heeft zich enkel nog te bemoeien met het productieproces. De nog aanwezige arbeiders zijn niet meer ongeschoold, maar moeten kennis hebben van computers en automatieken.
De Nederlandse baksteenindustrie is heden geconcentreerd in een vijftigtal moderne fabrieken, overwegend met tunnelovens en geautomatiseerde pers- en baksystemen. Ze is thans een deel geworden van het internationale monopoliespel met bouwmaterialen. Thans worden niet alleen stenen, maar complete steenfabrieken verhandeld. Ook dat is ondernemen in de baksteenbranche.